Aan het eind van de jaren vijftig is een techniek ontstaan die men tuften noemt. Aan deze techniek ligt een fabricagetechniek ten grondslag die is afgeleid van de naaimachine, maar dan op vier meter breedte. Over de hele breedte van de tufmachine zijn honderden naalden opgesteld. Elke naald steekt een doorlopende draad heen en terug door een gronddoek. Bij het terugkeren van de naald wordt een lus gevormd die al dan niet wordt doorgesneden.